DOELSTELLING STEENUILPROJECT MIDDEN ZEELAND
Werkzaamheden van Bureau Natuurbelevenis in opdracht van Stichting Landschapsbeheer Zeeland met als doel om Steenuilen op Zuid Beveland te behouden en indien mogelijk uit te laten breiden richting West Brabant, Walcheren en Noord Beveland
Sinds januari 2007 voert Bureau Natuurbelevenis in opdracht van Stichting Landschapsbeheer Zeeland werkzaamheden uit ten behoeve van de bescherming van steenuilen in Zeeland.
In 2008 werd deze opdracht uitgebreid met het controleren en het nieuw plaatsen van kasten op Walcheren.
Sinds de strenge winter van 1996-1997 zijn, waarschijnlijk op één paartje na, de Steenuilen op Walcheren verdwenen. Het enige overgebleven paartje bevindt zich op de grens van Walcheren en Zuid Beveland, op een oude boerderij waarvan de bewoners zeggen dat ze daar al meer dan 100 jaar steenuilen hebben.
Maar sinds de zomer van 2009 worden er in de omgeving van Vrouwenpolder op Walcheren toch regelmatig weer steenuilen gezien. Het is nog niet duidelijk of het gaat om steenuilen die vanuit de Bevelanden hier naar toe zijn gekomen.
Maar alles is mogelijk, dat blijkt wel aan de hand van het verhaal dat er vanaf de zeer strenge winter van 1963 geen steenuilen meer werden gezien op de Bevelanden. Toch hebben ze zich in de veertig jaar, die op deze winter volgden, opnieuw op de Bevelanden gevestigd. Misschien als er kasten in alle geschikte biotopen tussen West Brabant, Tholen, de Bevelanden en Walcheren geplaatst zullen worden, het zal lukken de steenuil op al deze voormalige Zeeuwse eilanden terug te krijgen.
Na drie jaar bijna dagelijks in het veld bezig te zijn geweest met het controleren en schoonmaken van meer dan 400 steenuilkasten in Zeeland heb ik door wat ik zelf graag zo noem, ‘voortschrijdend inzicht’, een redelijke kijk gekregen op het plaatsen van steenuilkasten met de meeste kans op geslaagde broedgevallen. Maar hierbij moet onderscheid gemaakt worden tussen de steenuilkasten in oost Zeeuws Vlaanderen en die op Walcheren en de Bevelanden. De situatie op de Bevelanden is totaal niet te vergelijken met die in oost Zeeuws Vlaanderen, ten eerste omdat Zeeuws Vlaanderen geen eiland is en er dus uitwisseling plaats kan vinden met Vlaamse populaties, maar ook omdat er in Zeeuws Vlaanderen nog volop natuurlijke broedholtes in geschikte biotopen te vinden zijn. 
Op de Bevelanden bevinden de steenuilterritoria zich over het algemeen op een afstand van 1 tot 1,5 km van elkaar. Dat dit niet overal zo is, bewijst de gebiedsdekkende inventarisatie van steenuilterritoria in Oost- en West Zeeuws Vlaanderen, gecoördineerd door Alex de Smet.
Hier blijkt het mogelijk te zijn dat twee verschillende territoria zich aan weerszijden van een weg bevinden.
Door controles van steenuilbroedkasten in Zeeuws Vlaanderen werd duidelijk, dat steenuilen daar ook zelden gebruik maken van een broedkast. Maar dat is ook geen wonder, want overal bevinden zich nog hele oude knotwilgen, heel veel oude hoogstambomen met natuurlijke holtes op kleinschalige landbouwbedrijven.
Op de Bevelanden staan veel minder oude knotwilgen en hoogstambomen, dus waarschijnlijk zijn Bevelandse steenuilen daardoor veel meer gericht geraakt op broedkasten, dan hun soortgenoten in Zeeuws Vlaanderen.
Het is dus zaak om op de Bevelanden zoveel mogelijk erven geschikt te maken als biotoop voor steenuilen en daar, tot dat de hoogstambomen en jong aangeplante knotwilgen oud genoeg zijn, kasten te plaatsen. Terwijl het in Zeeuws Vlaanderen belangrijk is zoveel mogelijk het oude cultuurlandschap te beschermen en te behouden.
Het is dus duidelijk dat steenuilen nog veel voorkomen in gebieden met kleinschalige landbouw. In De Zak van Zuid Beveland zijn nog enkele aaneengesloten gebieden te vinden die voldoen aan de eisen van een geschikt biotoop. Hoe zo’n geschikt biotoop er uit ziet, wordt in 9 punten duidelijk gemaakt:
- het erf is bij voorkeur bewoond, er is een zekere mate van bedrijvigheid
- het erf wordt niet door een hoveniersbedrijf onderhouden, dus geen strakke gazonnetjes en een opgeruimde tuin
- er bevindt zich een wei met hoogstamfruitbomen en/of Notenbomen en/of Kastanjebomen, die door vee begraasd wordt
- in de wei staat het gras niet lager of hoger dan 10 cm
- in de wei staan weidepaaltjes
- het heeft de voorkeur als er ook een poel aanwezig is
- rondom de plek is voldoende dekking
- de huiskat is ’s nachts op te sluiten
- mest van klein vee is opgeslagen in de open lucht
Op het erf ga ik op zoek naar een boom met veel horizontale takken, zodat ik de kast zo kan plaatsen dat de jongen, die op een leeftijd van 3 weken de kast verlaten
maar nog niet kunnen vliegen, veilig in de boom kunnen rond klauteren, zonder veel kans om er uit te vallen.
In aanmerking komen Notenbomen, oudere hoogstam appel- en pruimenbomen, Kastanjebomen, Lindebomen, soms Essen of Eiken. Indien geen geschikte bomen te vinden zijn en het biotoop is toch geschikt, bijvoorbeeld omdat de hoogstambomen nog te jong zijn, dan valt mijn tweede keus op een grote Vlier of Treurwilg of een Meidoornhaag. Ik vermijd plaatsing van een kast in een jonge knotwilg, omdat kasten door de takken vaak gekraakt worden of de snelgroeiende taken groeien het deksel dicht. In jonge bomen staat na het knotten de kast het eerste seizoen in de volle zon. Oude knotwilgen hebben vaak binnenin een plateau waarop een kast neergezet kan worden. Ook wil ik de kasten niet te hoog plaatsen, dus een boom die van onderen weinig horizontale takken heeft, is ongeschikt voor het plaatsen van een Steenuilkast.
Als de boom wordt beschermd tegen vee-vraat door middel van een gazen korf, dan vraag ik de eigenaar of hij de korf 10 cm vanaf de grond omhoog kan schuiven en vastzetten. Zo kunnen jonge Steenuilen die uit de boom gevallen zijn terug langs de stam omhoog kruipen. De korf moet ruim om de boom heen staan. De paaltjes waarmee de korf op zijn plaats wordt gehouden zijn vaak geschikte uitkijkposten voor de Steenuil. Jonge uiltjes die uit een boom vallen zullen instinctmatig weer op zoek gaan naar een boom om terug omhoog te klimmen. Vandaar dat rondom een bezette kast, álle korven 10 cm omhoog geplaatst zouden moeten worden.
In Zeeuws Vlaanderen kwam ik nog wel eens kasten tegen die tegen de zijkant van bijv. een populier of een schuur
geplaatst waren, maar daardoor is er geen uitloop voor de jonge Steenuilen. De kans is groot dat dan de jongen naar beneden vallen.
In deze situaties zou zich op de grond een takkenril of struikgewas moeten bevinden, zodat de jongen meteen voldoende dekking hebben, als ze uit de boom vallen. Deze kasten zijn allen verplaatst naar een geschiktere boom in de buurt.
Ik plaats een kast bij voorkeur met de voorkant naar het zuiden of westen, zodat de Steenuil voor de kast op het overdekte balkon in zon kan zitten.
Jonge Steenuilen zitten ook graag voor de kast, vandaar dat ik de voorkant van de kast altijd zo plaats, dat de jongen meteen makkelijk in de boom kunnen klimmen. Inregenen is niet mogelijk, omdat elke kast voorzien is van een windschot dat meteen als anti kauwensluis dienst doet.
Bij mijn keus van bomen om er een kast in te plaatsen kijk ik dus naar:
- staat de boom in een begraasde wei, het gras mag niet langer zijn dan 10 cm
- is er niet ver van de boom vandaan de mogelijkheid om voedsel te vinden
- is er voldoende dekking rondom, bijv. andere bomen, heggen of houtwallen
- kan een jonge niet vliegvlugge steenuil makkelijk terugklimmen, als hij onverhoopt toch uit de boom valt, bijv. hoe is de boom tegen vee vraat beschermd
- heeft de boom voldoende grote horizontale takken, op de juiste hoogte om een kast goed op vast te maken
- heeft de boom voldoende schaduw in de kroon om de kast uit de zon te houden
- kan de voorkant van de kast kan gelijk liggen aan een tak of tegen het begin van een tak aan de stam
- kan de voorkant van de kast net een beetje in de zon liggen
- kan de kast zo geplaatst worden, dat hij makkelijk bereikbaar is voor controle
- kan de ladder veilig tegen de boom gezet worden
- staan er voldoende weidepaaltjes in de wei, als observatiepost voor de steenuilen
- is er de mogelijkheid voor het plaatsen van een tweede kast (slaapkast voor mannetje)
- staat de boom niet te dicht bij een kinderspeelplek (trampoline, schommels of zandbak)
- bij voorkeur een kast plaatsen in een solitaire boom, dus niet in een boom die in een dicht bosje staat
Er waren op de Bevelanden al ruim 125 kasten geplaatst vóór ik de opdracht kreeg alle steenuilkasten op de Bevelanden en Walcheren te controleren. Men ging in het verleden bij het plaatsen uit van inmiddels achterhaalde inzichten. Veel kasten werden hoger dan 3 meter in bomen geplaatst, geen enkele daarvan was ooit in gebruik geweest door steenuilen. Als je naar een natuurlijke broedplaats kijkt, bijvoorbeeld in knotwilgen, dan broeden ze soms maar een meter tot enkele meters boven de grond. Ik plaats kasten dan ook bij voorkeur niet hoger dan 3 meter boven de grond.
Op de Bevelanden broeden steenuilen ook in het wild. Leden van de Uilenwergroep, een sub werkgroep van Vogelwerkgroep de Bevelanden, (www.vwgdebevelanden.nl) observeren die plekken tijdens de periode dat er jongen zijn, in de hoop een voedselvlucht te zien, waardoor we te weten komen waar ze broeden. Er zijn zo in 2009 nog 16 “in het wild” broedende steenuilen gevonden. Hiervan broeden 5 paartjes in het kapotte dak van een schuur of in de schuur zelf, 3 paartjes in een holle Grenslinde,
2 paartjes in andere holle bomen en 6 paartjes in (hele oude) knotwilgen.
In 2010 hebben
25 steenuilparen in een kast gebroed, tot 2007 waren dat er maar 7.
Ik heb begrepen uit diverse publicaties dat elders in Nederland veel door steenuilen wordt gebroed in pannendaken en spouwmuren van schuurtjes, hier op de Bevelanden komt dat niet vaak voor.
Tussen januari 2007 en juli 2009 zijn er op de Bevelanden en op Walcheren totaal 340 kasten geplaatst. Hierdoor is het aantal territoria van ongeveer 28 tot 2007, uitgebreid naar 45 bezette territoria tot 2011. (Het is niet altijd duidelijk of er in een bezet territorium ook gebroed wordt) Op de Bevelanden is het plaatsen van broedkasten in geschikte biotopen dus succesvol geweest, de populatie heeft zich hierdoor kunnen uitbreiden.
In november 2010 vlak voor de winter in alle hevigheid uitbrak, werd bekend dat een tweede bezet territorium ten noorden van de A 58 is gevonden, het is in 2011 nog niet duidelijk of het hier om een broedgeval gaat
De nieuwe regering noemt 'natuurbescherming' een 'rechtse hobby' en subsidies nodig voor het behoud en de bescherming worden geknepen. Hoeveel geld nog beschikbaar wordt gesteld voor dit steenuilenproject in 2012 is nog niet bekend...
Foto van de hier in Zeeland meest gebruikte, aangepaste steenuilkast (model Toonen) vooraan overdekt balkon, dan anti kauwensluis en luchtgaten achterzijde met op het dak rubber folie. De kast wordt degelijk afgesloten.