Project Steenuilbescherming Zeeland
Broedverslag 2008-2009-2010-2011
- 2008
- 2009
- 2010
- 2011
- 2012
In 2008 kwam het voorjaar laat op gang, door een te kort aan muizen en het nog niet aanwezig zijn van alternatief voedsel, zoals jonge vogels, schakelden de steenuilen over op regenwormen, waardoor ze vaak aan de diaree gaan en het in de kasten hierdoor vies en nat wordt. Veel jonge steenuilen zijn in die vieze kasten om het leven gekomen.
In 2009 was opnieuw een te kort aan muizen, maar tijdens dit broedseizoen waren er al wel volop jonge vogels beschikbaar, de steenuilen vingen veel jonge kauwen en spreeuwen en soms een jonge merel of lijster. Toch waren de omstandigheden dit jaar ook weer niet ideaal, waardoor er gemiddeld in de kasten maar 1,5 jongen per kast uit konden vliegen. In goede jaren kunnen dat er gemiddeld 5 zijn. Er zijn dit jaar 34 steenuilen geringd.
Het broedseizoen 2010 is beter verlopen dan dat van de twee jaren er voor. Op het moment van broeden waren er weer voldoende muizen, waardoor de legsels van de steenuilen gemiddeld vier eieren bevatten. Maar toch zijn er gemiddeld per broedsel maar 2 eieren uitgekomen, misschien dat dit te maken had met de zeer koude nachten die tot eind mei duurden, dus gedurende de hele broedtijd.
prooien uit één kast: oeverloper en muizen
Het was opvallend hoeveel, voorheen "in het wild" broedende, uiltjes opeens in een kast zijn gaan broeden. Zou dit te maken hebben met de kou van de strenge winter? Een voordeel voor de onderzoekers, omdat deze uiltjes nu geringd konden worden. Dankzij het ringen van de steenuilen, weten we nu dat steenuilen alles behalve monogaam zijn, in de periode na het broedseizoen blijken veel steenuilen op zoek te gaan naar nieuwe partners, maar het kan ook zijn dat sommige partners in de winter volgend op het broedseizoen overlijden en dat er dan naar een nieuwe partner moet worden gezocht. Dit werd bevestigd door de eigenaars van bezette steenuil territoria, ze hoorden"hun" uiltjes gedurende de hele winter roepen.
jonge steenuil wordt geringd
In totaal werd er in het broedseizoen van 2010 in 26 kasten gebroed. Op ruim 42 plekken werden steenuilen gezien, we noemen die plekken dan "bezette territoria", het is niet altijd duidelijk of op zo'n plek ook is gebroed. Uit 97 eieren, geteld in kasten, kwamen 51 jonge steenuilen uit, die allemaal geringd zijn. Dus het resultaat valt nog mee, gezien de twee opeenvolgende strenge winters, die aan dit resultaat vooraf gingen.
Resultaten van vier jaar Steenuilbescherming in midden Zeeland
Door: Peter Boelee van Buro Natuurbelevenis/ vrijwilliger SLZ
Op Walcheren en Noord- en Zuid Beveland is Stichting Landschapsbeheer Zeeland (SLZ) in 1996 begonnen met het plaatsen van broedkasten en het aanpassen van erven om ze onder andere geschikt te maken als biotoop voor steenuilen. In dezelfde periode werd binnen de ‘Vogelwerkgroep de Bevelanden’, een subwerkgroep ‘Steenuilen’ opgericht, om de geplaatste kasten te controleren, maar ook om onderzoek te doen, zodat duidelijk kon worden hoeveel bezette steenuilterritoria er op de Bevelanden waren. 
Territoria ontdekken
Tussen 1996 en 2007 werd Noord- en Zuid Beveland ieder voorjaar onderzocht op de aanwezigheid van steenuilen door leden van de Vogelwerkgroep de Bevelanden en op Walcheren door Vogelwerkgroep Walcheren. Met behulp van een cassetterecorder, het zogenaamde “tapen”, liet men om de 500 meter de ‘roep van het mannetje steenuil’ horen. Hoorde men een steenuil terugroepen, dan werd die plek aangeduid als “bezet steenuilterritorium”, kwam er geen reactie dan werd aangenomen dat er hier geen steenuilen zaten. Dit “tapen”, wordt in heel Nederland op dezelfde manier uitgevoerd. Daarnaast werden natuurlijk ook nog alle zichtwaarnemingen verzameld. Door het tapen en het verzamelen van zichtwaarnemingen werd toen vastgesteld dat er op Zuid Beveland 27 bezette steenuilterritoria waren en op Walcheren nog 1.
Na 2007 werd op de Bevelanden deze methode niet meer gebruikt, omdat ik door mijn dagelijks werk in het veld een goed beeld kon krijgen van het aantal steenuilen in mijn werkgebied. Ik kwam er al gauw achter dat er meer steenuilen leefden dan we met de tape methode hadden vastgesteld. Kennelijk reageert niet elke steenuil, wanneer het “roepje” wordt afgespeeld.
Joehoe buurman! Zo kwam ik er achter, dat steenuilen die wel reageerden op het afgespeelde “steenuilroepje” bijna altijd steenuilen als buren hadden. Waarschijnlijk zijn solitair levende steenuilen niet gewend om hun territorium te verdedigen door middel van hun territoriumroep. De tussen 1996 en 2007 op Zuid Beveland door middel van tapen vastgestelde territoria zijn, op een uitzondering na, allemaal steenuilen die directe steenuilburen hadden. Dus het zou voor de hand liggen om te zeggen dat er toen ook al meer steenuilen aanwezig waren, maar dat is helaas nu niet meer te bewijzen. Een bezet territorium houdt niet automatisch in, dat daar dan ook in gebroed wordt. Dat is gemakkelijk vast te stellen wanneer de uilen in een kast broeden, maar broeden ze ‘wild’, dus in een holle boom of een kapot dak van een schuur, dan is observatie tijdens de periode dat er jongen zijn noodzakelijk, om vast te stellen dat hier gebroed is.
Jongen
Wanneer steenuilen jongen hebben vliegen ze af en aan met voer, dat is duidelijk geworden door de webcam in de “Beleefdelente” kast van Vogelbescherming. Dus in die periode is het vanuit een auto of schuiltent vaak gemakkelijk vast te stellen of er jongen gevoerd worden. Tijdens deze periodes is er ook geobserveerd op plekken die geschikt zijn voor steenuilen, maar waar ze nooit eerder gezien zijn. Zo konden op deze manier ook nieuwe territoria worden vastgesteld.
Walcheren
Op Walcheren werden tussen 1996 en 2011 totaal 31 Steenuil broedkasten geplaatst, vooral in het gebied grenzend aan Zuid Beveland en in het oostelijk gedeelte. In 2009 werden aan de rand van Oranjezon nabij Vrouwenpolder op Walcheren enkele betrouwbare Steenuil zichtwaarnemingen gedaan, ook in 2011 werden ze daar weer gesignaleerd. In de omgeving van Arnemuiden, niet ver van de ‘grens’ met Zuid Beveland bevindt zich al jaren een bezet territorium, waarin elke jaar gebroed wordt. In 2011 werd 600 meter daar vandaan op een nieuwe plek in een kast ook sporen van Steenuilbewoning gevonden. De kans, dat Steenuilen zich vanuit Zuid Beveland zullen uitbreiden naar Walcheren wordt steeds groter en dan zullen ze waarschijnlijk kiezen voor het oostelijk gedeelte, omdat daar nog het meest agrarische gebied te vinden is.
Foto overzichtkaartje Walcheren
Ringen
Doordat ik mij, met de hulp van vrijwilligers, vier jaar lang bijna dagelijks voor de steenuil bescherming in midden Zeeland in heb kunnen zetten, ben ik veel te weten gekomen over de Bevelandse steenuilen. En dat is zeker te danken aan het feit dat de meeste steenuilen op de Bevelanden nu voorzien zijn van een ring van het Vogeltrekstation, mede dankzij ringer Adri Joosse. Wanneer er bij controle een geringde steenuil in de kast zit, ben ik in staat de ring af te lezen en weet ik waar dit uiltje vandaan komt, wie zijn/haar vader en moeder zijn, in welke kast ze geboren is en met wie ze omgaat. Kortom het leven van een Bevelandse steenuil heeft voor mij bijna geen geheimen meer.
Nieuw huis, nieuwe partner
Door controles het hele jaar door uit te voeren is gebleken dat veel jonge steenuilen in de periode tussen het einde van het broedseizoen en het begin van het volgende, kris kras over de Bevelanden vliegen. Waarschijnlijk op zoek naar een onbezet territorium of naar een bezet territorium waar een partner is weggevallen. Of ze gaan op zoek naar een vrijgezelle partner met wie dan een nieuw territorium bezet kan worden. Het is dus heel belangrijk dat er op elke geschikte locatie een kast wordt geplaatst.
Door het ringonderzoek is mij duidelijk geworden dat steenuilen veel minder monogaam zijn, dan tot nu toe werd aangenomen. Het is dan ook elk voorjaar weer een verrassing welke steenuil er met wie in een kast zit. Een jonge steenuil, door ons geringd tijdens het broedseizoen in een kast nabij Arnemuiden, vloog tijdens de winterperiode die volgde naar het Zwaakse Weel bij Kwadendamme en daar kwam ik haar weer tegen op 4 eieren in een kast.
Biotopen
Het lijkt er nu op dat er op de Bevelanden onder de steenuilen kennelijk een grote behoefte is aan geschikte biotopen en aan nestgelegenheid. Medewerkers van SLZ bekijken samen met de eigenaar van een erf welke maatregelen er genomen kunnen worden om het erf aan te passen als leefgebied voor kwetsbare soorten, zoals de steenuil. Veel steenuilen lijken te ‘wachten’ tot er een nieuw erf beschikbaar komt met de mogelijkheid van broeden in een geplaatste broedkast.
In een voor steenuilen geschikt gemaakt biotoop zit over het algemeen binnen twee jaar een koppel steenuilen in een nieuw geplaatste broedkast.
Dat zou kunnen betekenen dat er op Zuid Beveland een surplus van “niet broedende” steenuilen voorkomt en deze bestaat dan waarschijnlijk voornamelijk uit vrouwtjes. Omdat het hier nogal eens voorkomt dat twee steenuilvrouwen in één kast op een heleboel eieren zitten. Zulke mega nesten mislukken altijd, waarschijnlijk omdat hier geen man aanwezig is geweest. Ook is het al een paar keer voorgekomen dat een verongelukte steenuil binnen twee weken vervangen was door een nieuwe steenuil.
Honkvast
Oudere steenuilen blijken vaak het meest plaatsgebonden te zijn, eenmaal met succes in een kast gebroed, blijft deze kast bij hetzelfde koppel in gebruik. Ook al vallen er gaten in de kast of hangt de kast na een zware storm scheef. Ze zitten daar zelfs nog wanneer de hele omgevin
g rondom de kast veranderd is. Een voorbeeld hiervan is een koppel steenuilen dat al enkele jaren met succes gebruik maakt van de kast in een perenboom, die nabij de rotonde van Heinkenszand als enige hoogstamboom de verhuizing van een hele hoogstamboomgaard heeft overleefd en nu met de steenuilkast in haar takken “moederziel alleen” op een kaal grasveld staat. Mocht het in de komende jaren onverhoopt gebeuren, dat het koppel steenuilen hier overlijdt, dan is het onwaarschijnlijk dat nieuwe steenuilen op deze plek zullen gaan broeden.
Foto: Moederziel alleen
Foto onderschrift: Moederziel alleen
Onder de mensen
Ik kwam er ook achter dat steenuilen graag in de omgeving van menselijke bewoning vertoeven. Toen bijvoorbeeld de Bushoeve in Ovezande door de eigenaars was verlaten, verliet ook het koppel steenuilen het erf om even verderop huisvesting te zoeken in een kast op een bewoond erf. Maar, zult u zeggen, er broeden ook steenuilen in natuurgebieden waar geen mensen wonen. Dat is zo, maar dan gaat het om een plek waar al meer dan vijf jaar steenuilen broeden, dus die hadden zich daar gevestigd toen er in de wijde omgeving nog niet veel kasten geplaatst waren. Nu er meer kasten geplaatst zijn valt het op dat er steeds minder steenuilen voor kasten in onbewoonde natuurgebieden kiezen. De afgelopen drie winters waren voor veel oudere steenuilen veel te koud. Deze oudjes hadden al vanaf 1996 geen koude winters meer meegemaakt, waardoor er veel tijdens de winters van 2008-2009 en 2010 en 2011 zijn overleden. Jonge steenuilen namen hun plekjes meteen weer in. Maar de, na deze koude winters, leeggekomen kasten in de natuurgebieden bleven leeg. Soms ontdekte ik dan in het nieuwe broedseizoen een oudere steenuil uit de kast van het natuurgebied, samen met een nieuwe, jongere partner in een kast op een bewoond erf in de buurt van het natuurgebied.
NB alle informatie die ik hier beschreven heb is niet wetenschappelijk onderbouwd, ik heb het geconstateerd en opgeschreven. Als ik mijn gegevens vergelijk met die uit andere delen van Nederland, dan lijkt het alsof steenuilen in elke provincie er een andere levenswijze op na houden.
In 2007 werd er nog maar in 7 kasten gebroed, in 2008 gebeurde dat al in 18 kasten, het jaar daarna in 25 en nu in 2011 waren er al 31 steenuilkasten bezet, totaal kregen 239 steenuilen een ring om. Er bevinden zich nu al 52 bezette territoria op Zuid Beveland. Het plaatsen van kasten op de Bevelanden en het beleid van SLZ om samen met erf eigenaars erven geschikt te maken voor steenuilen, blijkt hier op de Bevelanden en Walcheren dus zeer succesvol.
Toekomst
Door alle maatregelen ter bescherming van de steenuilen door SLZ lijkt deze kwetsbare soort zich hier te handhaven en het begint er nu in 2011 zelfs op te lijken dat de populatie bezig is zich uit te breiden. Tot 2010 werden er alleen ten zuiden van de A58 nog steenuilen gezien, nu worden ze ook weer ten noorden van deze rijksweg gezien, zoals ten zuiden van Wolphaartsdijk en rond Wemeldinge en ook op Walcheren zijn nu al drie nieuwe plekken waar ik sporen van bewoning door steenuilen ben tegengekomen.
Het zou dus heel jammer zijn wanneer er volgend jaar geen subsidie meer vanuit de Provincie beschikbaar wordt gesteld voor het Uilenbeschermingsproject in Zeeland. De kans dat de Bevelandse steenuilpopulatie zich dan nog verder kan uitbreiden, zodat er weer steenuilen op Walcheren en op heel Noord- en Zuid Beveland voor kunnen komen wordt dan uiterst klein.
Wilt u dat SLZ en Buro Natuurbelevenis door kunnen gaan met voornoemde werkzaamheden ter bescherming en het behoud van de steenuilen in Zeeland, dan kunt u dit project steunen door een financiële bijdrage over te maken op
RABObanknr. 38.05.17.256 van Stichting Landschapsbeheer Zeeland o.v.v. Uilenproject Zeeland.
Uw gift boven € 227,- is aftrekbaar van de Belasting omdat SLZ een ANBI erkenning heeft.
foto's van Niek Oele, Piet de Dreu en Peter Boelee
18-11-2011
Hier komt het jaarverslag van 2012.